Structuur van de rug

De rug bestaat uit wervels, die op elkaar gestapeld, samen de wervelkolom vormen. Tussen de wervels zit er een schokbreker, met name de tussenwervelschijf (discus). De bewegingen en houdingen worden mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van spieren, pezen en ligamenten. De zenuwbanen die door de wervelkolom vertakken naar de ledematen, maken het mogelijk ons lichaam te “besturen”.

Schade aan de rug kan leiden tot klachten van vage pijn tot ondraaglijke uitstralingspijnen en zelfs verlammingsverschijnselen. Daarom moeten rugklachten vermeden worden.

Risico’s op het werk

De werkgerelateerde risico’s voor rugklachten op het werk  kunnen zowel te maken hebben met de uit te voeren taak, de werkorganisatie, de uitrusting, de hulpmiddelen of het ontbreken ervan, de producten waarmee gewerkt wordt, de werkplek en de werkomgeving. Taken waarbij langdurig of herhaaldelijk eenzelfde houding of beweging uitgevoerd wordt, het manueel hanteren (tillen, verplaatsen, trekken en duwen) van lasten en blootstelling aan trillingen, stoten of schokken zijn taken met een verhoogd risico.

De fysieke risicofactoren kunnen samengevat worden als een combinatie van:

  • de duur van de belasting (bepaald door de taak en de werkorganisatie);
  • de houding (bepaald door de taak, de uitrusting en de werkplek);
  • de bewegingsfrequentie (bepaald door de taak en de werkorganisatie);
  • de uitgeoefende kracht (bepaald door de taak, de werkplek, de hulpmiddelen en de producten waarmee gewerkt wordt).

Andere beïnvloedende parameters in het werk worden bepaald door de werkomgeving:

  • blootstelling aan trillingen;
  • blootstelling aan koude.

Ook de kwaliteit van de werkvloer (uitglijden, struikelen, vallen) is een belangrijke risicofactor voor rugklachten.

Het is bekend dat ook psychosociale aspecten een invloed kunnen hebben, bijvoorbeeld: te hoge werkbelasting, lage jobcontrole, te weinig sociale ondersteuning en monotoon werk.

Persoonlijke risicofactoren

Verschillende elementen die gebonden zijn aan het individu, kunnen een grote invloed hebben op het al dan niet ontstaan van rugklachten.

Bijvoorbeeld:

  • aspecten van de levensstijl: het gebrek aan beweging (vooral een probleem voor personen met zittend werk) en een slechte fysieke conditie, verkeerde voeding gekoppeld aan zwaarlijvigheid, onvoldoende rust en roken, kunnen beschouwd worden als individuele risicofactoren;
  • genetische factoren.
  • Ergonomie - Publicaties

    Déparis methode (FOD Werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg)

    De Deparis-gidsen (SOBANE) maken het mogelijk om het geheel van een arbeidssituatie op een participatieve manier te benaderen, op basis van de reële arbeidsactiviteit, teneinde acties te bepalen waardoor de arbeidsomstandigheden kunnen worden verbeterd. Het gaat om instrumenten die het mogelijk maken om een ergonomische aanpak in te voeren.

    Op de site Sobane.be: de Deparis-gidsen

  • Ergonomie - Regelgeving

    Ergonomie op het werk en preventie van MSA

    Volgens de welzijnswet is de werkgever verplicht het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te bevorderen (Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (PDF, 554 KB)).

    Als algemene richtlijn geldt dat de werkgever een preventiebeleid moet ontwikkelen dat rekening houdt met ergonomie op alle domeinen van het welzijn op het werk. De codex over het welzijn op het werk definieert ergonomie op het werk dan ook als de aanpak die erop gericht is om het werk (zowel de werkpost als de werkomgeving), aan te passen aan de mens, rekening houdend met diens fysieke, mentale, psychische en sociale kenmerken (bv. leeftijd, fysieke en mentale gezondheidstoestand, …). Deze aanpak moet toegepast worden op alle domeinen van welzijn op het werk (art. I.1-4, 31° van de codex).

    Daarvoor kan de werkgever zich uiteraard laten bijstaan door de interne preventieadviseur, maar ook door de gespecialiseerde preventieadviseur-ergonoom die beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel II.3-30, §1, 3° van de codex in verband met het basisdiploma, de gespecialiseerde aanvullende vorming en de vereiste nuttige praktische ervaring als preventieadviseur-ergonoom.

    Boek VIII van de codex legt het algemene kader vast voor ergonomie op het werk en de preventie van MSA (in titel 1), en bevat daarnaast bijzondere regels ter preventie van MSA die verband houden met bepaalde activiteiten, zoals werken met beeldschermen (in titel 2), manueel hanteren van lasten (in titel 3) en werk- en/of rustzitplaatsen bij staand werk (in titel 4).

    Er zijn verschillende algemene verplichtingen op het gebied van ergonomie en de preventie van MSA. De werkgever moet:

    • Vanaf het ontwerp van de werkposten rekening houden met ergonomie en ervoor zorgen dat het werk is aangepast aan de fysieke mogelijkheden van de werknemers en dat overmatige werkgerelateerde (fysieke of mentale) vermoeidheid wordt voorkomen (art. VIII.1-1, §1er van de codex ).
    • Een analyse uitvoeren van de musculoskeletale risico’s op het werk (art. VIII.1-1, §2 van de codex ) en op basis van deze risicoanalyse passende preventiemaatregelen nemen om musculoskeletale risico’s op het werk te voorkomen (art. VIII.1-3, §1er van de codex ). De resultaten van de risicoanalyse en de preventiemaatregelen moeten worden opgenomen in het globaal preventieplan en eventueel ook in het jaaractieplan (art. VIII.1-4 van de codex) .
    • De werknemers informeren en opleiden over ergonomie op het werk en de preventie van musculoskeletale aandoeningen (art. VIII.1-5 van de codex ).

    De Codex over het Welzijn op het Werk bevat ook onder meer delen over trillingen, het manueel hanteren van lasten, arbeidsmiddelen, beeldschermwerk, werkzitplaatsen en rustzitplaatsen.

    Een uitgebreide toelichting over deze wetgeving is beschikbaar op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg:

    Europese normen

    In verschillende Europese normen komen aspecten m.b.t. fysieke belasting aan bod. Enkele voorbeelden van dergelijke normen zijn: 
    De norm ISO 11228 ‘Ergonomics - Manual Handling’ geeft richtlijnen voor het manueel hanteren van lasten. Elk van de drie delen van de norm behandelt een specifiek aspect: 'tillen en dragen' (deel 1 - 2003), ‘duwen en trekken’ (deel 2 - 2007) en ‘hanteren van lichte lasten aan een hoge frequentie’ (deel 3 - 2007).
    Andere interessante normen zijn:

    • EN 547  Veiligheid van machines - menselijke lichaamsafmetingen
    • EN 614  Veiligheid van machines - ergonomische ontwerpprincipes
    • EN 894  Veiligheid van machines - ergonomische eisen voor het ontwerpen van informatie- en bedieningsmiddelen
    • EN 29241  Ergonomische eisen voor kantoorwerk met terminals met beeldschermen (Video Display Terminals)

    In de praktijk toetsen experten in de ergonomie de werksituaties aan deze normen. Toch vormen ze ook voor niet specialisten vaak een interessante bron van informatie met eenvoudige checklists. 

  • Parlementaire vragen

  • 21608 Kamer - Het maximum toegelaten gewicht dat door arbeiders mag worden getild