Ergonomische eisen van een kantoortafel en hoe instellen
De hoogte van de tafel
De hoogte van de tafel moet worden aangepast aan de werkhoogte van de voorarmen. Eerst moet dus de stoel correct worden ingesteld zodat de tafel op basis van de hoogte van de armsteunen kan worden ingesteld. Door een verschillende lichaamsbouw kan het best zijn dat personen met dezelfde grootte toch een verschil in tafelhoogte van 4 tot 6 cm hebben. Om die reden zijn gemeenschappelijke tafels, waar verschillende mensen aan zitten, niet geschikt om intensief beeldschermwerk uit te voeren.
Zorg dat tafels die door meerdere personen worden gebruikt of tafels die ook voor staand werk moeten dienen vlot en gemakkelijk kunnen ingesteld worden. Hiervoor is een elektrisch instelsysteem of een systeem met een draaihendel ideaal. Let er ook op dat de tafel over een hoogte-indicatie beschikt. Bij tafels met een vaste hoogte kunnen enkele eenvoudige maatregelen een slechte zithouding voorkomen.
Gebruik een voetensteun bij te hoge tafels. Bij een te lage tafel kan men de tafelpoten verlengen door er iets onder te plaatsen. Dit is echter geen ideale oplossing.
De vorm van de tafel
Voor het meeste kantoorwerk met een flatscreen voldoet een rechthoekige tafel van 80 x 160 cm. Combinaties met een hoekopstelling (scherp of afgerond) vermoeilijken het juiste gebruik van de armsteunen. Het gevolg is vaak dat de werknemer armsteunen onder tafel schuift en met een gebogen rug, opgetrokken schouders en met de ellebogen op het tafelblad werkt.
Bij kantoorwerk waar men meer ruimte nodig heeft of afwisselt tussen toetsenbord en andere taken, kan een licht uitgehold tafelblad een goede oplossing zijn. Zo kan gemakkelijker van positie veranderd worden.
Déparis methode (FOD Werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg)
De Deparis-gidsen (SOBANE) maken het mogelijk om het geheel van een arbeidssituatie op een participatieve manier te benaderen, op basis van de reële arbeidsactiviteit, teneinde acties te bepalen waardoor de arbeidsomstandigheden kunnen worden verbeterd. Het gaat om instrumenten die het mogelijk maken om een ergonomische aanpak in te voeren.
Op de site van het Institut national de recherche et de sécurité pour la prévention des accidents du travail et des maladies professionnelles (INRS) (France):
L'intervention en ergonomie (IRSST – Canada - 2011)
Referenties en samenvatting op de site van het Institut de recherche Robert-Sauvé en santé et en sécurité du travail (IRSST): L'intervention en ergonomie
Op donderdag 27 oktober 2022 organiseerde het Belgisch focal point van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) het slotevenement van het Belgische luik van de Verlicht de last"-campagne van EU-OSHA: "Preventie van musculoskeletale aandoeningen (MSA) - Goede praktijken".
Tijdens het Belgische slotevenement werden verschillende Belgische goede praktijken voorgesteld, waaronder ook de Belgische laureaten van de award voor goede praktijken van EU-OSHA. Meer informatie over de inhoud van de verschillende projecten is beschikbaar in volgend bericht op deze BeSWIC website: "Verlicht de last": Belgische winnaars Awards voor goede praktijken gehuldigd tijdens slotevenement.
GZA Ziekenhuizen: Van ergonomiebeleid naar ergonomiecultuur (Veerle Peeters - Preventie- en milieuadviseur bij GZA Ziekenhuizen / Edwina Mariën – Preventieadviseur ergonomie bij IDEWE) – Powerpointpresentatie: Van ergonomiebeleid naar ergonomiecultuur (PDF, 396 KB).
Als algemene richtlijn geldt dat de werkgever een preventiebeleid moet ontwikkelen dat rekening houdt met ergonomie op alle domeinen van het welzijn op het werk. De codex over het welzijn op het werk definieert ergonomie op het werk dan ook als de aanpak die erop gericht is om het werk (zowel de werkpost als de werkomgeving), aan te passen aan de mens, rekening houdend met diens fysieke, mentale, psychische en sociale kenmerken (bv. leeftijd, fysieke en mentale gezondheidstoestand, …). Deze aanpak moet toegepast worden op alle domeinen van welzijn op het werk (art. I.1-4, 31° van de codex).
Daarvoor kan de werkgever zich uiteraard laten bijstaan door de interne preventieadviseur, maar ook door de gespecialiseerde preventieadviseur-ergonoom die beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel II.3-30, §1, 3° van de codex in verband met het basisdiploma, de gespecialiseerde aanvullende vorming en de vereiste nuttige praktische ervaring als preventieadviseur-ergonoom.
Boek VIII van de codex legt het algemene kader vast voor ergonomie op het werk en de preventie van MSA (in titel 1), en bevat daarnaast bijzondere regels ter preventie van MSA die verband houden met bepaalde activiteiten, zoals werken met beeldschermen (in titel 2), manueel hanteren van lasten (in titel 3) en werk- en/of rustzitplaatsen bij staand werk (in titel 4).
Er zijn verschillende algemene verplichtingen op het gebied van ergonomie en de preventie van MSA. De werkgever moet:
Vanaf het ontwerp van de werkposten rekening houden met ergonomie en ervoor zorgen dat het werk is aangepast aan de fysieke mogelijkheden van de werknemers en dat overmatige werkgerelateerde (fysieke of mentale) vermoeidheid wordt voorkomen (art. VIII.1-1, §1er van de codex ).
Een analyse uitvoeren van de musculoskeletale risico’s op het werk (art. VIII.1-1, §2 van de codex ) en op basis van deze risicoanalyse passende preventiemaatregelen nemen om musculoskeletale risico’s op het werk te voorkomen (art. VIII.1-3, §1er van de codex ). De resultaten van de risicoanalyse en de preventiemaatregelen moeten worden opgenomen in het globaal preventieplan en eventueel ook in het jaaractieplan (art. VIII.1-4 van de codex) .
De werknemers informeren en opleiden over ergonomie op het werk en de preventie van musculoskeletale aandoeningen (art. VIII.1-5 van de codex ).
De Codex over het Welzijn op het Werk bevat ook onder meer delen over trillingen, het manueel hanteren van lasten, arbeidsmiddelen, beeldschermwerk, werkzitplaatsen en rustzitplaatsen.
Een uitgebreide toelichting over deze wetgeving is beschikbaar op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg:
Nieuwe wetgeving rond ergonomie en de preventie van MSA (2024)
Op 27 mei 2024 organiseerde de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid (AD HUA) van de FOD Werkgelegenheid een webinar naar aanleiding van de nieuwe wetgeving rond ergonomie en musculoskeletale aandoeningen (MSA), die op 25 mei 2024 in werking trad.
Bekijk de video van het webinar op het YouTube-kanaal van de FOD Werkgelegenheid:
Deze video wordt beheerd op een externe site (YouTube). U moet de cookies van deze bron accepteren om de video te bekijken.
In verschillende Europese normen komen aspecten m.b.t. fysieke belasting aan bod. Enkele voorbeelden van dergelijke normen zijn:
De norm ISO 11228 ‘Ergonomics - Manual Handling’ geeft richtlijnen voor het manueel hanteren van lasten. Elk van de drie delen van de norm behandelt een specifiek aspect: 'tillen en dragen' (deel 1 - 2003), ‘duwen en trekken’ (deel 2 - 2007) en ‘hanteren van lichte lasten aan een hoge frequentie’ (deel 3 - 2007).
Andere interessante normen zijn:
EN 547 Veiligheid van machines - menselijke lichaamsafmetingen
EN 614 Veiligheid van machines - ergonomische ontwerpprincipes
EN 894 Veiligheid van machines - ergonomische eisen voor het ontwerpen van informatie- en bedieningsmiddelen
EN 29241 Ergonomische eisen voor kantoorwerk met terminals met beeldschermen (Video Display Terminals)
In de praktijk toetsen experten in de ergonomie de werksituaties aan deze normen. Toch vormen ze ook voor niet specialisten vaak een interessante bron van informatie met eenvoudige checklists.
Van analyse naar oplossing, een stappenplan voor concept-ergonomie
Dit instrument helpt u om de ergonomische benadering te organiseren en in etappes te plannen door te beginnen met een analyse van de taken en van de arbeidsorganisatie.
Aan de hand van vragen helpt dit instrument u om de risico's op te sporen die zich in de praktijk kunnen voordoen. Elk positief antwoord vertaalt een potentieel risico voor de arbeidsorganisatie.