Preventieve maatregelen om de verspreiding van ziekten die overgedragen worden door vectoren te voorkomen, kunnen in grote mate toegespitst worden op de controle van de vectoren zelf. Enkele maatregelen kunnen hiervoor in aanmerking komen:

  • Elimineren van mogelijke bronnen van vectoren: het verminderen van stilstaand water dat gebruikt kan worden door vectoren in de omgeving, zoals het afdekken van regentonnen, voorkomen van stilstaand water in containers waar dit niet nuttig is (stilstaand water in bakjes, vazen, emmers en bloempotten) en het schoonmaken van waterafvoer (bijvoorbeeld verstopte goten), vermindert de broedplaatsen voor muggen.
    Een andere maatregel is het beheer van vegetatie op de werksite, door het korthouden van begroeiing. Lage begroeiing (<10 cm) verkleint de kans dat teken worden overgebracht op passerende mensen en zorgt ook voor minder schaduw en vochtigheid, waardoor teken uitdrogen. Deze maatregelen kunnen enkel uitgevoerd worden wanneer er geen ecologische schade wordt aangericht aan (semi)natuurlijke systemen en dus geen negatieve invloed hebben op waardevolle of inheemse soorten. Hierbij zal de afweging gemaakt worden tussen welzijn op het werk en natuurbeheer tijdens de risicoanalyse. Daardoor zal de maatregel voor sectoren zoals de bosbouw eerder niet van toepassing. 
  • Technische maatregelen: het installeren van horren op ramen en deuren voorkomt dat vectoren zoals muggen toegang krijgen tot binnenruimten.
  • Organisatorische maatregelen: het opstellen van een beleid gericht op buitenwerkers omvat bewustmaking voor de aanwezigheid van vectoren tijdens werkzaamheden, informatie verstrekken inzake hoe blootstelling aan vectoren vermeden kan worden en uitgebreidere opleidingen (bijvoorbeeld herkennen van vectoren (zoals teken(beten) en verwijdering teken).
  • Persoonlijke beschermingsmaatregelen:
    • Aangepaste kleding en bedekking: het dragen van kleding met lange mouwen en broeken kan blootstelling aan vectoren verminderen. Ook lichte kleuren trekken minder muggen aan.
    • Insectenwerende Middelen: het gebruik van insectenwerende middelen op blootgestelde huidoppervlakken is effectief in het verminderen van vectorenbeten. DEET (N,N-di-ethyl-meta-tolueenamide) is een veelgebruikt insectenwerend middel dat effectief is tegen muggen.
  • Vaccinatie tegen door vectoren overgedragen ziekten: in bepaalde beroepscategorieën en sommige gevallen, zoals bij tekenencefalitis, kan vaccinatie een effectieve maatregel zijn.

Het meenemen van dergelijke maatregelen tijdens de risicoanalyse kan de bescherming van werknemers tegen door vectoren overgedragen ziekten bevorderen. Het is belangrijk dat deze maatregelen worden afgestemd op de specifieke omstandigheden, met name de werkzaamheden in kwestie, en vectoren in de betreffende arbeidsplaatsen en regio's.

  • Parlementaire vragen

  • 2820/1-7 Kamer - Wetsontwerp betreffende de verbetering van de binnenluchtkwaliteit in gesloten plaatsen die publiek toegankelijk zijn

  • 872 Kamer - Kwaliteit van de werkomgeving in het politiekantoor te Montigny-sur-Sambre

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Het toezicht op de naleving van de maatregelen door de bedrijven

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Parlementaire vragen over de generieke gids tegen de verspreiding van COVID-19 op het werk

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - De categorisering van COVID-19 in de lijst van biologische agentia

  • Kamer – actualiteitsdebat op 8 april 2020 over de coronaviruscrisis en de impact op de werkgelegenheid

  • 22885, 22905, 23792 Kamer - Longziekten bij schoonmaakpersoneel

  • 20579 en 20580 Kamer - Het abnormaal hoge aantal zieken bij Clarebout Potatoes

  • Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (FOD Werkgelegenheid – België – 2025)

    De opvang van wilde dieren brengt specifieke uitdagingen met zich mee voor het welzijn en de veiligheid van werknemers. Bij contact met vogels of andere dieren kan blootstelling aan biologische agentia optreden, waaronder zorgwekkende zoönosen zoals het vogelgriepvirus. Om werknemers te beschermen en risico’s te beheersen stelt de FOD Werkgelegenheid deze richtlijn ter beschikking.

    De richtlijn biedt een duidelijk kader voor risicoanalyse en preventiemaatregelen bij blootstelling aan biologische agentia. Ze geeft praktische handvatten voor opvangcentra, met aandacht voor intake en triage, technische voorzieningen en organisatorische maatregelen en persoonlijke beschermingsmaatregelen.

    Met deze richtlijn ondersteunt de FOD Werkgelegenheid opvangcentra en andere betrokkenen bij het uitwerken van een veilig en doeltreffend welzijnsbeleid. Dit gebeurt steeds in lijn met de bevoegdheden van de toezichthoudende inspectiediensten, die de autonomie behouden om concrete situaties te beoordelen en waar nodig in te grijpen. Het doel is een veilige werkomgeving waarin risico’s systematisch worden voorkomen of tot een zo laag mogelijk niveau worden teruggebracht.

    Download de Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (PDF, 611 KB).