Maatregelen op de werkplek, zoals het beperken van eten, drinken en roken en het gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen, kunnen het risico op onbedoelde inname verder verkleinen. Voor stoffen die gemakkelijk op de handen worden overgedragen en die niet zichtbaar zijn of als gevaarlijk worden gezien, kan het aandeel materiaal dat via inslikken wordt opgenomen echter aanzienlijk zijn.
Advies rond het wassen van handen en gezicht voor de pauze en voor het eten en drinken zijn vaak de enige controlemaatregelen. Deze praktijken worden vaak niet gehandhaafd en maar zijn belangrijk om het risico op besmetting en infectie door biologische agentia te verminderen. Men kan er vaak niet simpelweg op rekenen dat het aanmoedigen van goede hygiënepraktijken onbedoeld inslikken zal elimineren. Daarom is het belangrijk om deze blootstellingsroute mee te nemen in de risicoanalyse voor bepaalde kwetsbare groepen van werknemers en mogelijke blootstelling zo veel als mogelijk op basis van metingen in te schatten.
Uiteraard zijn kwantitatieve metingen noodzakelijk om een redelijke inschatting te kunnen maken van het belang van blootstelling aan biologische agentia. Deze metingen moeten praktisch zijn en gerelateerd aan het individuele risico. Er zijn verschillende relevante technieken per mogelijke bron om te overwegen: oppervlakken, handen, perioraal gebied van het gezicht en inhoud van de mond. Elk van deze compartimenten heeft specifieke technieken nodig om de hoeveelheid van de verontreiniging te meten en te beoordelen.
Tenslotte moeten volgens de bepalingen van boek III van de codex over het welzijn op het werk arbeidsplaatsen voldoen aan bepaalde basiseisen, onder andere wat betreft de staat van refters. Deze bepalingen specifiëren dat voor het nuttigen van de maaltijden, de hygiëne te allen tijde gewaarborgd moet zijn. Bovendien moeten de werknemers, wanneer zij in aanraking komen met vuil of indien er een risico op besmetting is, de handen wassen en hetzij zich omkleden (ofwel overkleding aantrekken) vooraleer zij de refter binnenkomen. Verder wordt er, in de specifieke bepalingen over blootstelling aan biologische agentia, aangehaald dat de werkgever voor alle werkzaamheden waarbij werknemers (mogelijk) worden blootgesteld aan biologische agentia, de werknemers moet verbieden te eten of te drinken in werkzones waar een kans op besmetting met biologische agentia bestaat. Daarnaast zijn er nog specifieke regelgevingen inzake voedselveiligheid en kwaliteit van het drinkwater, maar deze vallen onder een ander wetgevend kader.