Maatregelen op de werkplek, zoals het beperken van eten, drinken en roken en het gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen, kunnen het risico op onbedoelde inname verder verkleinen. Voor stoffen die gemakkelijk op de handen worden overgedragen en die niet zichtbaar zijn of als gevaarlijk worden gezien, kan het aandeel materiaal dat via inslikken wordt opgenomen echter aanzienlijk zijn.

Advies rond het wassen van handen en gezicht voor de pauze en voor het eten en drinken zijn vaak de enige controlemaatregelen. Deze praktijken worden vaak niet gehandhaafd en maar zijn belangrijk om het risico op besmetting en infectie door biologische agentia te verminderen. Men kan er vaak niet simpelweg op rekenen dat het aanmoedigen van goede hygiënepraktijken onbedoeld inslikken zal elimineren. Daarom is het belangrijk om deze blootstellingsroute mee te nemen in de risicoanalyse voor bepaalde kwetsbare groepen van werknemers en mogelijke blootstelling zo veel als mogelijk op basis van metingen in te schatten.

Uiteraard zijn kwantitatieve metingen noodzakelijk om een redelijke inschatting te kunnen maken van het belang van blootstelling aan biologische agentia. Deze metingen moeten praktisch zijn en gerelateerd aan het individuele risico. Er zijn verschillende relevante technieken per mogelijke bron om te overwegen: oppervlakken, handen, perioraal gebied van het gezicht en inhoud van de mond. Elk van deze compartimenten heeft specifieke technieken nodig om de hoeveelheid van de verontreiniging te meten en te beoordelen.

Tenslotte moeten volgens de bepalingen van boek III van de codex over het welzijn op het werk arbeidsplaatsen voldoen aan bepaalde basiseisen, onder andere wat betreft de staat van refters. Deze bepalingen specifiëren dat voor het nuttigen van de maaltijden, de hygiëne te allen tijde gewaarborgd moet zijn. Bovendien moeten de werknemers, wanneer zij in aanraking komen met vuil of indien er een risico op besmetting is, de handen wassen en hetzij zich omkleden (ofwel overkleding aantrekken) vooraleer zij de refter binnenkomen. Verder wordt er, in de specifieke bepalingen over blootstelling aan biologische agentia, aangehaald dat de werkgever voor alle werkzaamheden waarbij werknemers (mogelijk) worden blootgesteld aan biologische agentia, de werknemers moet verbieden te eten of te drinken in werkzones waar een kans op besmetting met biologische agentia bestaat. Daarnaast zijn er nog specifieke regelgevingen inzake voedselveiligheid en kwaliteit van het drinkwater, maar deze vallen onder een ander wetgevend kader.

  • Parlementaire vragen

  • 2820/1-7 Kamer - Wetsontwerp betreffende de verbetering van de binnenluchtkwaliteit in gesloten plaatsen die publiek toegankelijk zijn

  • 872 Kamer - Kwaliteit van de werkomgeving in het politiekantoor te Montigny-sur-Sambre

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Het toezicht op de naleving van de maatregelen door de bedrijven

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Parlementaire vragen over de generieke gids tegen de verspreiding van COVID-19 op het werk

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - De categorisering van COVID-19 in de lijst van biologische agentia

  • Kamer – actualiteitsdebat op 8 april 2020 over de coronaviruscrisis en de impact op de werkgelegenheid

  • 22885, 22905, 23792 Kamer - Longziekten bij schoonmaakpersoneel

  • 20579 en 20580 Kamer - Het abnormaal hoge aantal zieken bij Clarebout Potatoes

  • Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (FOD Werkgelegenheid – België – 2025)

    De opvang van wilde dieren brengt specifieke uitdagingen met zich mee voor het welzijn en de veiligheid van werknemers. Bij contact met vogels of andere dieren kan blootstelling aan biologische agentia optreden, waaronder zorgwekkende zoönosen zoals het vogelgriepvirus. Om werknemers te beschermen en risico’s te beheersen stelt de FOD Werkgelegenheid deze richtlijn ter beschikking.

    De richtlijn biedt een duidelijk kader voor risicoanalyse en preventiemaatregelen bij blootstelling aan biologische agentia. Ze geeft praktische handvatten voor opvangcentra, met aandacht voor intake en triage, technische voorzieningen en organisatorische maatregelen en persoonlijke beschermingsmaatregelen.

    Met deze richtlijn ondersteunt de FOD Werkgelegenheid opvangcentra en andere betrokkenen bij het uitwerken van een veilig en doeltreffend welzijnsbeleid. Dit gebeurt steeds in lijn met de bevoegdheden van de toezichthoudende inspectiediensten, die de autonomie behouden om concrete situaties te beoordelen en waar nodig in te grijpen. Het doel is een veilige werkomgeving waarin risico’s systematisch worden voorkomen of tot een zo laag mogelijk niveau worden teruggebracht.

    Download de Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (PDF, 611 KB).