Het onopzettelijk inslikken van biologische agentia, zoals pathogenen, bacteriën, virussen en schimmels, is een proces dat begint met de overdracht van de stof van de omgeving naar de mond. Dit kan alleen gebeuren als de verontreinigende stof of het mengsel waarin het zich bevindt een relatief niet-vluchtige vaste stof of vloeistof is, zodat het beschikbaar kan blijven tijdens het overdrachtsproces. Het overdrachtsproces moet de beweging van verontreinigde handen of voorwerpen in de mond omvatten, of contact van verontreinigde handen of voorwerpen met de huid rond de mond (het periorale gebied) gevolgd door migratie van deze verontreiniging naar de mond. Anderzijds zijn ook spatten in de mond of op het gezicht relevante mechanismen, hoewel waarschijnlijk veel minder belangrijk.

Een eenvoudig model van blootstellingsprocessen die leiden tot opname door inslikken bestaat uit twee hoofdroutes: de directe route waarbij de verontreiniging in de mond wordt gebracht door de hand of een voorwerp van de proefpersoon en de indirecte route waarbij de verontreiniging wordt overgebracht naar het periorale gebied en vervolgens in de mond. De overdracht wordt bepaald door het persoonlijke gedrag van de werknemer (bijvoorbeeld hand-op-mondcontact, lippen likken, enzovoort) of de zweetstroom. Handen spelen een centrale rol in dit blootstellingsproces.

Illustratie van het mechanisme van (onopzettelijk) inslikken van biologische agentia:

Illustratie van het mechanisme van (onopzettelijk) inslikken van biologische agentia: Een werknemer (links) raakt een tafel aan waarop pathogenen aanwezig zijn (gele vlek). Een collega overhandigt hem een pen die ook besmet is (gele vlek). Rechtstreeks naar de mond: In de ene situatie brengt de werknemer zijn besmette hand naar zijn mond; in de tweede situatie steekt de werknemer de besmette pen in zijn mond. Beide situaties leiden tot het rechtstreeks inslikken van pathogenen. Via het periorale gebied naar de mond: Het inslikken van pathogenen kan ook op een meer onrechtstreekse manier gebeuren, doordat de werknemer het periorale gebied (gebied rond de mond) besmet met pathogenen (gele vlekken) door het gezicht met besmette handen aan te raken. Na verloop van tijd zullen de pathogenen via het periorale gebied worden ingeslikt (lippen likken, zweetstroom, via gewassen handen, enzovoort). Dit toont het belang aan dat werknemers toegang hebben tot sanitaire faciliteiten, zodat zij hun handen en het periorale gebied kunnen wassen om (onopzettelijk) inslikken van pathogenen te voorkomen.

In de praktijk zal het belang van de route inzake het inslikken van biologische agentia van verschillende factoren afhangen. Wanneer concentraties in de lucht of de mate van besmetting via huid hoog zijn, zal het aandeel van inslikken waarschijnlijk klein zijn. Werknemers die opgeleid zijn en aan het werk zijn in sterk verontreinigde of gevaarlijke omgevingen zullen waarschijnlijk ook voorzichtiger zijn wat betreft hand-op-mond activiteiten.

  • Parlementaire vragen

  • 2820/1-7 Kamer - Wetsontwerp betreffende de verbetering van de binnenluchtkwaliteit in gesloten plaatsen die publiek toegankelijk zijn

  • 872 Kamer - Kwaliteit van de werkomgeving in het politiekantoor te Montigny-sur-Sambre

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Het toezicht op de naleving van de maatregelen door de bedrijven

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Parlementaire vragen over de generieke gids tegen de verspreiding van COVID-19 op het werk

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - De categorisering van COVID-19 in de lijst van biologische agentia

  • Kamer – actualiteitsdebat op 8 april 2020 over de coronaviruscrisis en de impact op de werkgelegenheid

  • 22885, 22905, 23792 Kamer - Longziekten bij schoonmaakpersoneel

  • 20579 en 20580 Kamer - Het abnormaal hoge aantal zieken bij Clarebout Potatoes

  • Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (FOD Werkgelegenheid – België – 2025)

    De opvang van wilde dieren brengt specifieke uitdagingen met zich mee voor het welzijn en de veiligheid van werknemers. Bij contact met vogels of andere dieren kan blootstelling aan biologische agentia optreden, waaronder zorgwekkende zoönosen zoals het vogelgriepvirus. Om werknemers te beschermen en risico’s te beheersen stelt de FOD Werkgelegenheid deze richtlijn ter beschikking.

    De richtlijn biedt een duidelijk kader voor risicoanalyse en preventiemaatregelen bij blootstelling aan biologische agentia. Ze geeft praktische handvatten voor opvangcentra, met aandacht voor intake en triage, technische voorzieningen en organisatorische maatregelen en persoonlijke beschermingsmaatregelen.

    Met deze richtlijn ondersteunt de FOD Werkgelegenheid opvangcentra en andere betrokkenen bij het uitwerken van een veilig en doeltreffend welzijnsbeleid. Dit gebeurt steeds in lijn met de bevoegdheden van de toezichthoudende inspectiediensten, die de autonomie behouden om concrete situaties te beoordelen en waar nodig in te grijpen. Het doel is een veilige werkomgeving waarin risico’s systematisch worden voorkomen of tot een zo laag mogelijk niveau worden teruggebracht.

    Download de Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (PDF, 611 KB).