Een specifieke vorm van contacttransmissie is seksueel contact. Aangezien het in België mogelijk is om sekswerkers legaal aan te werven in het kader van een arbeidsovereenkomst, gelden daarom ook alle bepalingen van de codex over het welzijn op het werk, en dus ook de bepalingen van boek VII dat handelt over biologische agentia, voor deze groep van werknemers. Het is daarom pertinent om ook seksueel contact hier als mogelijke blootstellingroute te behandelen.

Mechanisme seksueel contact

In algemene termen kunnen we stellen dat vele pathogenen die seksueel overdraagbaar zijn het menselijk lichaam binnen dringen via microscopisch kleine wondjes (microtraumata) in slijmvliezen, zoals die in de penis, vagina, anus of andere slijmvliesoppervlakken. Tijdens seksuele activiteit kunnen kleine wondjes in deze slijmvliezen de overdracht van infecties mogelijk maken. Het is echter belangrijk om te benadrukken dat de seksuele overdracht van pathogenen en het risico op het oplopen van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) vaak een complex samenspel is van verschillende mechanismen, waarvan het ontstaan van microtraumata vaak van belang is.

De verspreiding van soa’s wordt over het algemeen als minder snel en efficiënt beschouwd dan respiratoire of intestinale pathogenen, gezien ze overgedragen worden van een persoon tot een andere tijdens een seksuele handeling. Desondanks is er een toename te zien in de absolute aantallen van soa’s. Dit kan worden toegeschreven aan verschillende factoren, waaronder veranderingen in seksueel gedrag, zoals een toename in het aantal sekspartners en dat bepaalde beroepsgroepen, zoals sekswerkers, een verhoogd risico lopen vanwege de aard van hun werk.

Er zijn meer dan 50 soorten virussen, bacteriën en parasieten die seksueel overdraagbaar zijn, ook wel bekend als seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's). Dit zijn onder andere syfilis, gonorroe, chlamydia, trichomoniasis, hepatitis B, herpes simplex virus (HSV), humaan papillomavirus (HPV) en hiv. Vaak zijn soa's asymptomatisch of licht symptomatisch, waardoor ze niet gediagnosticeerd en onvoldoende herkend worden door patiënten en artsen. Echter, wanneer er wel klachten aanwezig zijn, hebben mannen vaker klachten dan vrouwen, bijvoorbeeld bij chlamydia of gonorroe. Langdurige infectie met soa's kan leiden tot ernstige complicaties voor de reproductieve gezondheid bij vrouwen, waaronder doodgeboorte, vroeggeboorte, buitenbaarmoederlijke zwangerschap, verhoogd risico op hiv-besmetting, onvruchtbaarheid, en kanker. 

Elke dag worden meer dan 1 miljoen soa's opgelopen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat er in 2020 374 miljoen nieuwe infecties zullen zijn met 1 van de 4 soa's: chlamydia (129 miljoen), gonorroe (82 miljoen), syfilis (7,1 miljoen) en trichomoniasis (156 miljoen). In 2016 hadden naar schatting meer dan 490 miljoen mensen herpes genitalis en naar schatting 300 miljoen vrouwen hebben een HPV-infectie, de primaire oorzaak van baarmoederhalskanker en anale kanker bij mannen die seks hebben met mannen. Wereldwijd leven naar schatting 296 miljoen mensen met chronische hepatitis B. Het komt voor dat verschillende soa’s tegelijkertijd worden overgedragen.

Er zijn verschillende manieren om seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) te classificeren. De meest voor de hand liggende is op basis van het type veroorzakend organisme, namelijk bacterieel, viraal of parasitair. Een tweede belangrijke classificatie is gebaseerd op klinische symptomen. Hoewel soa’s vaak asymptomatisch zijn, kunnen ze ook verschillende soorten symptomen veroorzaken:

  • zweren in genitale, anale, orale en perianale weefsels (bijvoorbeeld Treponema pallidum (veroorzaker syfilis) en HSV);
  • urethrale en vaginale afscheiding (bijv. Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae en Mycoplasma genitalium);
  • genitale wratten (bijvoorbeeld HPV).

Een andere classificatie is gebaseerd op de mechanismen waarmee soa’s infecties veroorzaken en immuniteit omzeilen. Bepaalde soa’s kunnen leiden tot een grote ontstekingsreactie die dan weer kan leiden tot pathologieën in het hele genitale kanaal, zoals ontsteking aan het kleine bekken, een groter risico op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, onvruchtbaarheid en afbraak van het epitheel. Tijdens deze ontstekingsreactie stromen immuuncellen, waaronder neutrofielen, naar de geslachtsorganen. Dit kan leiden tot afscheiding en laesies, wat resulteert in verdere schade aan de epitheliale barrière.

Preventiemaatregelen seksueel contact

Bij correct en consequent gebruik bieden condooms een van de meest effectieve beschermingsmethoden tegen soa's, waaronder hiv. Hoewel ze zeer effectief zijn, bieden condooms geen bescherming tegen soa's die buiten-genitale zweren veroorzaken (zoals syfilis of herpes genitalis). Waar mogelijk moeten condooms worden gebruikt bij alle vaginale, anale en orale seks. Daarnaast zijn veilige en zeer effectieve vaccins beschikbaar voor twee virale soa's: hepatitis B en HPV. Deze vaccins betekenen een grote vooruitgang in de soa-preventie. Het onderzoek naar de ontwikkeling van vaccins tegen genitale herpes en hiv is vergevorderd, met verschillende kandidaat-vaccins in vroege klinische ontwikkeling. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het vaccin tegen meningitis (MenB) enige kruisbescherming biedt tegen gonorroe.

Goede medische opvolging voor sekswerkers is van essentieel belang om hun gezondheid te beschermen en de verspreiding van seksueel overdraagbare aandoeningen te minimaliseren. In de praktijk is het bijvoorbeeld belangrijk dat sekswerkers regelmatig worden getest op soa’s, zelfs als ze geen symptomen hebben. Dit helpt bij het vroegtijdig opsporen van infecties en het voorkomen van verdere verspreiding. Dergelijke tests moeten worden uitgevoerd op basis van het risicoprofiel van de sekswerker en de specifieke soa’s waarvoor ze vatbaar zijn. Sekswerkers moeten gemakkelijk toegang hebben tot gespecialiseerde artsen of klinieken die vertrouwelijke en deskundige zorg kunnen bieden. Als een soa wordt vastgesteld, moet de behandeling onmiddellijk beginnen. Dit voorkomt complicaties en verdere verspreiding. Sekswerkers moeten worden geïnformeerd over de juiste behandeling en de noodzaak van regelmatige follow-up. Ook zeer belangrijk hierbij is vorming over veilige sekspraktijken, het belang van condoomgebruik en het vermijden van risicovol gedrag. Bovendien moeten sekswerkers ook worden geïnformeerd over postexpositieprofylaxe na onbeschermde seks met een klant.

  • Parlementaire vragen

  • 2820/1-7 Kamer - Wetsontwerp betreffende de verbetering van de binnenluchtkwaliteit in gesloten plaatsen die publiek toegankelijk zijn

  • 872 Kamer - Kwaliteit van de werkomgeving in het politiekantoor te Montigny-sur-Sambre

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Het toezicht op de naleving van de maatregelen door de bedrijven

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Parlementaire vragen over de generieke gids tegen de verspreiding van COVID-19 op het werk

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - De categorisering van COVID-19 in de lijst van biologische agentia

  • Kamer – actualiteitsdebat op 8 april 2020 over de coronaviruscrisis en de impact op de werkgelegenheid

  • 22885, 22905, 23792 Kamer - Longziekten bij schoonmaakpersoneel

  • 20579 en 20580 Kamer - Het abnormaal hoge aantal zieken bij Clarebout Potatoes

  • Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (FOD Werkgelegenheid – België – 2025)

    De opvang van wilde dieren brengt specifieke uitdagingen met zich mee voor het welzijn en de veiligheid van werknemers. Bij contact met vogels of andere dieren kan blootstelling aan biologische agentia optreden, waaronder zorgwekkende zoönosen zoals het vogelgriepvirus. Om werknemers te beschermen en risico’s te beheersen stelt de FOD Werkgelegenheid deze richtlijn ter beschikking.

    De richtlijn biedt een duidelijk kader voor risicoanalyse en preventiemaatregelen bij blootstelling aan biologische agentia. Ze geeft praktische handvatten voor opvangcentra, met aandacht voor intake en triage, technische voorzieningen en organisatorische maatregelen en persoonlijke beschermingsmaatregelen.

    Met deze richtlijn ondersteunt de FOD Werkgelegenheid opvangcentra en andere betrokkenen bij het uitwerken van een veilig en doeltreffend welzijnsbeleid. Dit gebeurt steeds in lijn met de bevoegdheden van de toezichthoudende inspectiediensten, die de autonomie behouden om concrete situaties te beoordelen en waar nodig in te grijpen. Het doel is een veilige werkomgeving waarin risico’s systematisch worden voorkomen of tot een zo laag mogelijk niveau worden teruggebracht.

    Download de Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (PDF, 611 KB).