STOP volgt een hiërarchie van controle. Voor biologische agentia, is een stap omlaag in de hiërarchie alleen toegestaan wanneer technische beperkingen de werkgever beletten de blootstelling volledig te elimineren. Hier richten we ons op het laagste en minst beschermende niveau, “P”, dat staat voor persoonlijke beschermingsmiddelen.
Het laatste redmiddel om werknemers tegen blootstelling aan biologische agentia te beschermen
In bepaalde gevallen is vervanging niet mogelijk en zijn technische en organisatorische maatregelen niet voldoende om de blootstelling voldoende te verminderen. Dan zijn persoonlijke beschermingsmiddelen nodig. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) helpen om biologische agentia weg te houden van longen, huid en ogen. PBM kunnen alleen worden gebruikt als aanvulling op maatregelen hoger in de hiërarchie en worden beschouwd als laatste redmiddel.
De correcte PBM kiezen
De keuze van de juiste en correct functionerende PBM tijdens specifieke werkzaamheden is essentieel. Wanneer dit niet het geval is, kan de werknemer nog steeds een, onaanvaardbare, risico lopen. Een correct uitgevoerde risicoanalyse is daarom nodig om het juiste type en de juiste kwaliteit van PBM te kiezen. Bij sommige producten die gevaarlijke biologische agentia bevatten, vooral bij werkzaamheden met een welbewust voornemen om met biologische agentia te werken, moet er een veiligheidsinformatieblad (VIB) aanwezig zijn, waarin men de juiste te gebruiken PBM kan vinden. Echter, in vele situaties hebben we te maken met werkzaamheden waarbij er geen welbewust voornemen is om met biologische te werken en kan er sprake zijn van onopzettelijke blootstelling, zijn er geen veiligheidsinformatiebladen beschikbaar en zal het gebruik van de correcte persoonlijke beschermingsmiddelen moeten volgen uit een kwalitatieve strategie van risicobeheersing. Deze strategie vloeit voort uit de risicoanalyse en is voor elke taak en elk niveau (werkproces en individu) verschillend. We kunnen hier dus enkel zeer algemene beschouwingen meegeven.
Vaak gebruikte PBM voor bescherming tegen gevaarlijke agentia zijn handschoenen, veiligheidsbrillen, beschermende kleding en (filterende) gezichtsmaskers. Vaak is meer dan één PBM vereist. Het volgen van onderstaande richtlijnen helpt de werkgever om de juiste PBM's te kiezen en te onderhouden:
- Zijn ze geschikt om de risico's te beperken: houden ze rekening met de aard, frequentie en duur van de blootstelling?
- Is de toegekende beschermingsfactor voldoende?
- Zal het gebruik ervan andere beroepsrisico's vergroten?
- Passen ze goed bij de beoogde gebruiker?
- Let op dat gezichtshaar een goede pasvorm niet kan belemmeren
- Is er rekening gehouden met de ergonomie?
- Onder welke omstandigheden moeten ze worden gebruikt?
- Is het product voorzien van specifieke (CE-)markering om aan te geven dat ze in overeenstemming zijn met de (veiligheids)voorschriften?
- Worden werknemers opgeleid in het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen?
- Worden persoonlijke beschermingsmiddelen regelmatig gereinigd en/of vervangen?
Onderhoud en gebruik
Persoonlijke beschermingsmiddelen werken alleen bij goed onderhoud en gebruik. Iedere werknemer moet, door omkadering van de werkgever (bijvoorbeeld opleiding) weten wanneer en hoe persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken. Gestandaardiseerde borden kunnen aangeven welke PBM vereist zijn voordat een ruimte wordt betreden, en regelmatige veiligheidstraining helpt ervoor te zorgen dat ze correct worden gebruikt. Het moet voor de werknemer duidelijk zijn wanneer men PBM moet gebruiken, maar ook wat hun beperkingen zijn. Net als technische voorzieningen vereisen PBM regelmatig onderhoud. Zijn alle filters nog in orde, zijn de glazen gebarsten? PBM moeten vervangen worden voordat ze beschadigd raken. Het is dus belangrijk om routinematig de doeltreffendheid te controleren en preventief onderhoud en vervanging uit te voeren. Werk nooit met defecte PBM. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om op alle bovenstaande aspecten toe te zien, zodat de werknemer goed wordt beschermd tegen blootstelling aan biologische agentia.
In de praktijk: mondmaskers
Het belang van mondmaskers als PBM in de context van welzijn op het werk en bescherming tegen blootstelling aan biologische agentia kan niet worden onderschat. Mondmaskers zijn effectief in het beschermen van werknemers tegen blootstelling aan biologische agentia, omdat ze een fysieke barrière vormen die de inademing van potentieel schadelijke deeltjes voorkomt. Ze zijn echter niet bedoeld om de drager te beschermen, maar om anderen te beschermen door de emissie van aerosolen door zieke werknemers te beperken, waardoor de verspreiding van ziekteverwekkers wordt verminderd. Het is essentieel dat mondmaskers comfortabel zijn, want als ze dat niet zijn, zullen werknemers ze mogelijk niet of niet correct dragen, waardoor de effectiviteit van deze beschermingsmaatregel wordt ondermijnd. Volgens de regelgeving inzake welzijn op het werk moeten mondmaskers en alle PBM goed passen, goed functioneren en goed worden onderhouden. Dit zorgt ervoor dat ze hun beschermende functie optimaal kunnen vervullen. Hoewel PBM, waaronder mondmaskers, belangrijk zijn, zijn ze altijd minder beschermend of effectief dan andere preventiemaatregelen, zoals eliminatie/substitutie, technische maatregelen en organisatorische maatregelen. Daarom moeten deze andere maatregelen altijd de voorkeur krijgen. Het gebruik van PBM is altijd een laatste redmiddel om werknemers te beschermen tegen blootstelling aan gevaarlijke agentia.
Er bestaan verschillende soorten mondmaskers, waaronder FFP2- en FFP3-maskers, die elk hun eigen kenmerken en niveaus van bescherming bieden:
- FFP2-maskers bieden een hoog niveau van bescherming. Ze filteren de deeltjes in de lucht en hebben weinig lekkage van deeltjes naar binnen. Dit betekent dat ze niet alleen anderen beschermen, maar ook de drager zelf door de ingeademde lucht te filteren.
- FFP3-maskers bieden de hoogste bescherming, met een nog hoger filtratie van de deeltjes. De lekkage naar binnen is nog minder dan bij FFP2-maskers. Net als FFP2-maskers bieden ze een dubbele bescherming voor zowel de drager als anderen.
Het is belangrijk om te benadrukken dat de keuze en het dragen van het masker afhankelijk is van de specifieke werkomstandigheden en de bijbehorende risico’s en de dus het resultaat moet zijn van de risicoanalyse. In de gezondheidszorg kunnen FFP3-maskers een hoger niveau van bescherming bieden. Ze filteren de ingeademde lucht en beschermen zowel de drager als anderen in de omgeving. Op andere arbeidsplaatsen, zoals in de schoonmaak, waar werknemers mogelijk worden blootgesteld aan zowel biologische als chemische agentia, kunnen FFP3-maskers bijzonder nuttig zijn omdat ze een hoge filtratie-efficiëntie bieden. In werkomgevingen , waar door de risicoanalyse bewezen is dat de blootstelling aan biologische agentia lager is, bijvoorbeeld door adequate ventilatie, moeten er misschien strikt gezien geen maskers gedragen worden, maar kan er gekozen worden voor mondmaskers. Dit kan vooral het geval zijn wanneer het dragen van deze maskers de werknemers een veiliger gevoel geeft of wanneer de risicoanalyse aangeeft dat dit nodig zou zijn door specifieke omstandigheden.