Wanneer het gaat om biologische agentia op de werkplek, moeten werkgevers er alles aan doen om te voorkomen dat werknemers in contact komen met deze agentia. De beste manier om dit te bereiken is de volledige eliminatie of vervanging van een gevaarlijk biologisch agens, door een minder gevaarlijk alternatief. Met andere woorden: het wegnemen van het gevaar aan de bron. Wanneer vervanging technisch (nog) niet mogelijk is, kunnen andere maatregelen worden genomen. Deze maatregelen volgen een hiërarchie van preventiemaatregelen, die nader wordt omschreven in de STOP-strategie. Elke letter staat voor een ander niveau van maatregelen. Een stap omlaag in de hiërarchie is alleen toegestaan wanneer er een technische beperking is: economische redenen zijn niet geldig. Wanneer een biologisch agens niet wordt vervangen, moet de blootstelling zoveel mogelijk worden verlaagd als technisch mogelijk is: niet alleen onder de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (als deze aanwezig zijn), maar zo laag mogelijk.

Hieronder vindt u een samenvattende tabel in het kader van biologische agentia met een overzicht van niveaus: Substitutie of vervanging, Technische maatregelen Organisatorische maatregelen en Persoonlijke beschermingsmiddelen. Door op de linken in de linkerkolom van de tabel te klikken, word je naar de overeenkomstige rubriek met de uitgebreide uitleg en praktische voorbeelden geleid.

STOP-principe in het kader van biologische agentia

S

Substitutie of vervanging

Indien de aard van het werk het toelaat, vermijdt de werkgever het gebruik van een schadelijk biologisch agens door het te vervangen door een biologisch agens dat volgens de huidige wetenschappelijke kennis, in de omstandigheden waaronder het wordt gebruikt niet of minder gevaarlijk is. In sommige gevallen kan het biologisch agens ook helemaal geëlimineerd of verwijderd worden van de arbeidsplaats, wat uiteraard ook de hoogste mate van bescherming biedt.

T

Technische maatregelen

Van gesloten systemen tot ventilatie en luchtverversing, vele van deze technieken helpen om blootstelling, idealiter aan de bron, te beheersen. Omdat deze technieken iedereen in de omgeving veilig houden, zijn ze een heel belangrijk element om de blootstelling aan biologische agentia weg te nemen of zo laag mogelijk te houden.

O

Organisatorische maatregelen

Organisatorische maatregelen grijpen in op de plaats, tijd en kennis van de werknemers die in aanraking kunnen komen met biologische agentia. Alle maatregelen zijn gericht op het minimaliseren van de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke biologische agentia in aanvulling op de reeds toegepaste technische maatregelen.

P

Persoonlijke beschermingsmiddelen

In bepaalde gevallen is vervanging niet mogelijk en zijn technische en organisatorische maatregelen niet voldoende om de blootstelling voldoende te verminderen. Dan zijn persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) nodig. PBM’s kunnen alleen worden gebruikt als aanvulling op maatregelen hoger in de hiërarchie en worden beschouwd als laatste redmiddel.

  • Parlementaire vragen

  • 2820/1-7 Kamer - Wetsontwerp betreffende de verbetering van de binnenluchtkwaliteit in gesloten plaatsen die publiek toegankelijk zijn

  • 872 Kamer - Kwaliteit van de werkomgeving in het politiekantoor te Montigny-sur-Sambre

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Het toezicht op de naleving van de maatregelen door de bedrijven

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - Parlementaire vragen over de generieke gids tegen de verspreiding van COVID-19 op het werk

  • Kamer – Actualiteitsdebat op 8 mei 2020 over de coronaviruscrisis - De categorisering van COVID-19 in de lijst van biologische agentia

  • Kamer – actualiteitsdebat op 8 april 2020 over de coronaviruscrisis en de impact op de werkgelegenheid

  • 22885, 22905, 23792 Kamer - Longziekten bij schoonmaakpersoneel

  • 20579 en 20580 Kamer - Het abnormaal hoge aantal zieken bij Clarebout Potatoes

  • Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (FOD Werkgelegenheid – België – 2025)

    De opvang van wilde dieren brengt specifieke uitdagingen met zich mee voor het welzijn en de veiligheid van werknemers. Bij contact met vogels of andere dieren kan blootstelling aan biologische agentia optreden, waaronder zorgwekkende zoönosen zoals het vogelgriepvirus. Om werknemers te beschermen en risico’s te beheersen stelt de FOD Werkgelegenheid deze richtlijn ter beschikking.

    De richtlijn biedt een duidelijk kader voor risicoanalyse en preventiemaatregelen bij blootstelling aan biologische agentia. Ze geeft praktische handvatten voor opvangcentra, met aandacht voor intake en triage, technische voorzieningen en organisatorische maatregelen en persoonlijke beschermingsmaatregelen.

    Met deze richtlijn ondersteunt de FOD Werkgelegenheid opvangcentra en andere betrokkenen bij het uitwerken van een veilig en doeltreffend welzijnsbeleid. Dit gebeurt steeds in lijn met de bevoegdheden van de toezichthoudende inspectiediensten, die de autonomie behouden om concrete situaties te beoordelen en waar nodig in te grijpen. Het doel is een veilige werkomgeving waarin risico’s systematisch worden voorkomen of tot een zo laag mogelijk niveau worden teruggebracht.

    Download de Richtlijn biologische agentia en welzijn op het werk in centra met opvang van wilde dieren (PDF, 611 KB).