De interpretatie van de bijzondere bepaling 168 in Hoofdstuk 3.3 van de Overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR) voor het transport van hechtgebonden asbestafval (UN2212 (amfibool) of UN2590 (chrysotiel)) – en of het gaat om een uitzondering – vormt al jaren voer voor discussie.

De inschatting “dat asbestmaterialen zodanig in bindmiddel gedompeld of gefixeerd zijn, of zodanig verpakt zijn, dat tijdens het vervoer geen gevaarlijke hoeveelheden inadembare asbestvezels kunnen vrijkomen” is niet altijd evident.

Wie de ADR-regels niet volgde, riskeerde echter om boetes te incasseren.

Embuild, Bouwunie, Denuo, VVSG, VAB-ABD, OVAM en DEMOW hebben als antwoord op die onduidelijkheid gezamenlijk het nieuwe asbestprotocol uitgewerkt. Dat is officieel omgezet in een ADR-vergunning 2024/42 en is in werking getreden op 1 oktober 2024. Het betekent concreet dat voor deze transporten op het Vlaamse grondgebied nu ook de mogelijkheid bestaat om onder de nieuwe ADR-vergunning 2024/42 te rijden, die een aantal heel specifieke maatregelen bevat om een veilig asbesttransport te garanderen.

Voor transporten van asbestafval die niet voldoen aan deze voorwaarden, is (uiteraard) het ADR van toepassing.

In het ADR 2025 (van toepassing vanaf 1 januari 2025) werd bovendien een nieuwe bijzondere bepaling 678 geïntroduceerd, die toelaat om asbestafval dat niet in de gekeurde IBC’s (‘Intermediate Bulk Containers’) kan vervoerd worden te transporteren volgens de bepalingen in hoofdstuk 7.3 van het ADR. Op die manier zou asbestafval losgestort vervoerd mogen worden.

Asbestprotocol

Het sectorprotocol heeft als doel om, samen met de uitvoering van het Vlaamse Actieplan Asbestafbouw, sectoraal te verzekeren dat het transport van asbestafval van bron tot de vergunde inrichting voor verwerking veilig verloopt. Asbestafval komt vrij bij werken aan gebouwen, infrastructuur, installaties of terreinen die asbesthoudende materialen bevatten.

De protocolpartners verklaren uitdrukkelijk dat het veilige transport van asbestafval voor hen prioritair is voor de bescherming van de werknemers, derden en het leefmilieu.

De protocolpartners aanvaarden dat met toepassing van volgende voorschriften bij het transport van asbestafval geen gevaarlijke hoeveelheden inadembare asbestvezels kunnen ontsnappen en dat dit transport conform is met de Codex, Vlarem II en het ADR:

  • het betreft asbestafval van ongebruikte asbestmaterialen of asbestmaterialen die in aanmerking komen voor ontmanteling conform de methodiek van eenvoudige handelingen;
  • het voorzien van een veiligheidsfiche en persoonlijke beschermingsmiddelen (minimaal FFP3-mondmasker, afwasbare handschoenen en Tyvec overall) in het voertuig;
  • het voorzien van signalisatie van het voertuig conform de etikettering beschreven in het ADR bij vervoer van hoeveelheden groter dan 1.000 kg;
  • de aanwezigheid van het opleidingscertificaat, de individuele vergunning, een transportdocument, zoals bv. het digitaal identificatieformulier afvaltransport, dat conform het ADR aangeeft welk gevarengoed getransporteerd wordt, bij de (digitale) boorddocumenten;
  • een aangepaste theoretische en praktische opleiding van de chauffeur inzake het herkennen, het transport en de veilige omgang met asbestafval, in het bijzonder bij calamiteiten, in kader van Code 95 of in kader van de opleiding eenvoudige handelingen;
  • het gebruik van een verpakking (bigbags en containerbags) die garanderen dat geen gevaarlijke hoeveelheden inadembare asbestvezels kunnen vrijkomen tijdens het transport en toepasbaar is door de producenten:
    • voor bigbags tot 3 m³ (kleinere hoeveelheden asbestafval) moeten UN-gekeurde bigbags, conform ADR gesignaleerd, gehanteerd worden,
    • voor containerbags (grotere hoeveelheden asbestafval) moeten de recipiënten voldoen aan de parameters opgelijst in bijlage II, aanpasbaar via het periodiek stuurgroepoverleg bij nieuwe ontwikkelingen;
  • de chauffeur verzekert zich voor de aanvang van het transport van het correct gebruik van de bigbags en containerbags en zal geen transport aanvangen met niet correct geladen of niet correct afgesloten verpakkingen.

Voor de veiligheidsfiche en de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) kan men gebruik maken van Toolboxfiche 2108 van Constructiv.

Voor het volgen van de opleiding en voor het gebruik van de verpakkingen geldt een overgangstermijn van 1 jaar. Ondertussen is de verplichting tot het volgen van de opleiding (zoals beschreven in de bijlage bij het sectorprotocol) verlengd tot 31 december 2025. Uiteraard kan ook de opleiding vakbekwaamheid in het kader van code 95 gevolgd worden.

Meer informatie is beschikbaar op volgende websites:

Transport van asbest

Het transport van asbest valt onder de ADR-regelgeving, maar blijft tot nu toe onvoldoende gekend. Daarom is er door de cel ADR van het Departement Mobiliteit en Omgeving een handige nota opgesteld die verduidelijkt hoe het transport van asbest conform het ADR moet verlopen.

Naast het voldoen aan al de bepalingen van het ADR, bevat het ADR de volgende vrijstellingen voor het transport van asbest:

  • Volledige vrijstelling op het ADR (§1.1.3.1 a en c)
  • Gedeeltelijke vrijstelling op het ADR (§1.1.3.6)
  • De toepassing van LQ (beperkte hoeveelheden)
  • De bijzondere bepaling 168
  • De bijzondere bepaling 678

Lees de nota op de website van Vlaanderen: transport van asbest.

Deze website verwijst ook naar het hogervermelde sectorprotocol voor de bijzondere bepaling 168.

Andere informatie

Op de website van de FOD Werkgelegenheid is informatie beschikbaar rond:

Informatie over vervoer van gevaarlijke stoffen in de drie regio’s:

Ook volgende publicaties rond het vervoer en behandelen van asbesthoudende grond verdienen een vermelding:

Er zijn ook nog andere asbestprotocollen:

Het sectorprotocol asbestveilige lokale jeugdgebouwen was de aanleiding voor een schriftelijke vraag in het Vlaams Parlement van 21 oktober 2024, gesteld door Andy Pieters aan minister Jo Brouns: Asbestafbouw – Jeugdlokalen.